Alle vervoegingen van het werkwoord binnenvallen

infinitivus - infinitiefinfinitive
binnenvallen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • val binnen
 
  • val binnen jij/je?
jij, je
  • valt binnen
u
  • valt binnen
hij
zij, ze
het
men
  • valt binnen
zij, ze
wij, we
jullie
  • vallen binnen
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • binnenval
dat jij, je
  • binnenvalt
dat u
  • binnenvalt
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • binnenvalt
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • binnenvallen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • viel binnen
zij, ze
wij, we
jullie
  • vielen binnen
imperfectum - verleden tijd - bijzinvolgordepast tense
dat ik
dat jij, je
dat u
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • binnenviel
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • binnenvielen
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • binnengevallen
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • binnenvallend