Alle vervoegingen van het werkwoord bijbrengen

infinitivus - infinitiefinfinitive
bijbrengen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • breng bij
 
  • breng bij jij/je?
jij, je
  • brengt bij
u
  • brengt bij
hij
zij, ze
het
men
  • brengt bij
zij, ze
wij, we
jullie
  • brengen bij
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • bijbreng
dat jij, je
  • bijbrengt
dat u
  • bijbrengt
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • bijbrengt
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • bijbrengen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • bracht bij
zij, ze
wij, we
jullie
  • brachten bij
imperfectum - verleden tijd - bijzinvolgordepast tense
dat ik
dat jij, je
dat u
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • bijbracht
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • bijbrachten
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • bijgebracht
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • bijbrengend
vertalingenglish translation
  • to teach
  • to instill