Tegenwoordige tijd van het werkwoord besluipen

infinitivus - infinitiefinfinitive
besluipen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • besluip
 
  • besluip jij/je?
jij, je
  • besluipt
u
  • besluipt
hij
zij, ze
het
men
  • besluipt
zij, ze
wij, we
jullie
  • besluipen