Tegenwoordige tijd van het werkwoord beliegen

infinitivus - infinitiefinfinitive
beliegen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • belieg
 
  • belieg jij/je?
jij, je
  • beliegt
u
  • beliegt
hij
zij, ze
het
men
  • beliegt
zij, ze
wij, we
jullie
  • beliegen