Alle vervoegingen van het werkwoord afzweren

infinitivus - infinitiefinfinitive
afzweren
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • zweer af
 
  • zweer af jij/je?
jij, je
  • zweert af
u
  • zweert af
hij
zij, ze
het
men
  • zweert af
zij, ze
wij, we
jullie
  • zweren af
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • afzweer
dat jij, je
  • afzweert
dat u
  • afzweert
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • afzweert
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • afzweren
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • zwoor af
  • zweerde af
zij, ze
wij, we
jullie
  • zworen af
  • zweerden af
imperfectum - verleden tijd - bijzinvolgordepast tense
dat ik
dat jij, je
dat u
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • afzwoor
  • afzweerde
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • afzworen
  • afzweerden
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • afgezworen
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • afzwerend