Alle vervoegingen van het werkwoord afzuigen

infinitivus - infinitiefinfinitive
afzuigen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • zuig af
 
  • zuig af jij/je?
jij, je
  • zuigt af
u
  • zuigt af
hij
zij, ze
het
men
  • zuigt af
zij, ze
wij, we
jullie
  • zuigen af
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • afzuig
dat jij, je
  • afzuigt
dat u
  • afzuigt
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • afzuigt
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • afzuigen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • zoog af
zij, ze
wij, we
jullie
  • zogen af
imperfectum - verleden tijd - bijzinvolgordepast tense
dat ik
dat jij, je
dat u
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • afzoog
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • afzogen
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • afgezogen
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • afzuigend