Alle vervoegingen van het werkwoord afzenden

infinitivus - infinitiefinfinitive
afzenden
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • zend af
 
  • zend af jij/je?
jij, je
  • zendt af
u
  • zendt af
hij
zij, ze
het
men
  • zendt af
zij, ze
wij, we
jullie
  • zenden af
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • afzend
dat jij, je
  • afzendt
dat u
  • afzendt
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • afzendt
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • afzenden
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • zond af
zij, ze
wij, we
jullie
  • zonden af
imperfectum - verleden tijd - bijzinvolgordepast tense
dat ik
dat jij, je
dat u
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • afzond
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • afzonden
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • afgezonden
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • afzendend