Tegenwoordige tijd van het werkwoord afzeggen

infinitivus - infinitiefinfinitive
afzeggen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • zeg af
 
  • zeg af jij/je?
jij, je
  • zegt af
u
  • zegt af
hij
zij, ze
het
men
  • zegt af
zij, ze
wij, we
jullie
  • zeggen af
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • afzeg
dat jij, je
  • afzegt
dat u
  • afzegt
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • afzegt
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • afzeggen