Tegenwoordige tijd van het werkwoord afwassen

infinitivus - infinitiefinfinitive
afwassen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • was af
 
  • was af jij/je?
jij, je
  • wast af
u
  • wast af
hij
zij, ze
het
men
  • wast af
zij, ze
wij, we
jullie
  • wassen af
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • afwas
dat jij, je
  • afwast
dat u
  • afwast
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • afwast
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • afwassen