Alle vervoegingen van het werkwoord afvaren

infinitivus - infinitiefinfinitive
afvaren
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • vaar af
 
  • vaar af jij/je?
jij, je
  • vaart af
u
  • vaart af
hij
zij, ze
het
men
  • vaart af
zij, ze
wij, we
jullie
  • varen af
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • afvaar
dat jij, je
  • afvaart
dat u
  • afvaart
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • afvaart
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • afvaren
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • voer af
zij, ze
wij, we
jullie
  • voeren af
imperfectum - verleden tijd - bijzinvolgordepast tense
dat ik
dat jij, je
dat u
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • afvoer
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • afvoeren
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • afgevaren
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • afvarend