Alle vervoegingen van het werkwoord afmalen

infinitivus - infinitiefinfinitive
afmalen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • maal af
 
  • maal af jij/je?
jij, je
  • maalt af
u
  • maalt af
hij
zij, ze
het
men
  • maalt af
zij, ze
wij, we
jullie
  • malen af
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • afmaal
dat jij, je
  • afmaalt
dat u
  • afmaalt
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • afmaalt
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • afmalen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • maalde af
zij, ze
wij, we
jullie
  • maalden af
imperfectum - verleden tijd - bijzinvolgordepast tense
dat ik
dat jij, je
dat u
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • afmaalde
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • afmaalden
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • afgemaald
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • afmalend