Alle vervoegingen van het werkwoord afkrijgen

infinitivus - infinitiefinfinitive
afkrijgen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • krijg af
 
  • krijg af jij/je?
jij, je
  • krijgt af
u
  • krijgt af
hij
zij, ze
het
men
  • krijgt af
zij, ze
wij, we
jullie
  • krijgen af
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • afkrijg
dat jij, je
  • afkrijgt
dat u
  • afkrijgt
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • afkrijgt
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • afkrijgen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • kreeg af
zij, ze
wij, we
jullie
  • kregen af
imperfectum - verleden tijd - bijzinvolgordepast tense
dat ik
dat jij, je
dat u
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • afkreeg
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • afkregen
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • afgekregen
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • afkrijgend