Tegenwoordige tijd van het werkwoord afkopen

infinitivus - infinitiefinfinitive
afkopen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • koop af
 
  • koop af jij/je?
jij, je
  • koopt af
u
  • koopt af
hij
zij, ze
het
men
  • koopt af
zij, ze
wij, we
jullie
  • kopen af
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • afkoop
dat jij, je
  • afkoopt
dat u
  • afkoopt
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • afkoopt
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • afkopen