Alle vervoegingen van het werkwoord afkomen

infinitivus - infinitiefinfinitive
afkomen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • kom af
 
  • kom af jij/je?
jij, je
  • komt af
u
  • komt af
hij
zij, ze
het
men
  • komt af
zij, ze
wij, we
jullie
  • komen af
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • afkom
dat jij, je
  • afkomt
dat u
  • afkomt
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • afkomt
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • afkomen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • kwam af
zij, ze
wij, we
jullie
  • kwamen af
imperfectum - verleden tijd - bijzinvolgordepast tense
dat ik
dat jij, je
dat u
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • afkwam
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • afkwamen
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • afgekomen
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • afkomend