Tegenwoordige tijd van het werkwoord afkijken

infinitivus - infinitiefinfinitive
afkijken
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • kijk af
 
  • kijk af jij/je?
jij, je
  • kijkt af
u
  • kijkt af
hij
zij, ze
het
men
  • kijkt af
zij, ze
wij, we
jullie
  • kijken af
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • afkijk
dat jij, je
  • afkijkt
dat u
  • afkijkt
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • afkijkt
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • afkijken