Verleden tijd van het werkwoord afgaan

infinitivus - infinitiefinfinitive
afgaan
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • ging af
zij, ze
wij, we
jullie
  • gingen af
imperfectum - verleden tijd - bijzinvolgordepast tense
dat ik
dat jij, je
dat u
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • afging
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • afgingen