Alle vervoegingen van het werkwoord aanstrijken

infinitivus - infinitiefinfinitive
aanstrijken
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • strijk aan
 
  • strijk aan jij/je?
jij, je
  • strijkt aan
u
  • strijkt aan
hij
zij, ze
het
men
  • strijkt aan
zij, ze
wij, we
jullie
  • strijken aan
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • aanstrijk
dat jij, je
  • aanstrijkt
dat u
  • aanstrijkt
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • aanstrijkt
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • aanstrijken
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • streek aan
zij, ze
wij, we
jullie
  • streken aan
imperfectum - verleden tijd - bijzinvolgordepast tense
dat ik
dat jij, je
dat u
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • aanstreek
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • aanstreken
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • aangestreken
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • aanstrijkend