Alle vervoegingen van het werkwoord aanschieten

infinitivus - infinitiefinfinitive
aanschieten
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • schiet aan
 
  • schiet aan jij/je?
jij, je
  • schiet aan
u
  • schiet aan
hij
zij, ze
het
men
  • schiet aan
zij, ze
wij, we
jullie
  • schieten aan
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • aanschiet
dat jij, je
  • aanschiet
dat u
  • aanschiet
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • aanschiet
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • aanschieten
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • schoot aan
zij, ze
wij, we
jullie
  • schoten aan
imperfectum - verleden tijd - bijzinvolgordepast tense
dat ik
dat jij, je
dat u
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • aanschoot
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • aanschoten
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • aangeschoten
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • aanschietend