Alle vervoegingen van het werkwoord aankunnen

infinitivus - infinitiefinfinitive
aankunnen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • kan aan
 
  • kan aan jij/je?
  • kun aan jij/je?
jij, je
  • kan aan
  • kunt aan
u
  • kan aan
  • kunt aan
hij
zij, ze
het
men
  • kan aan
  • kunt aan
zij, ze
wij, we
jullie
  • kunnen aan
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • aankan
dat jij, je
  • aankan
  • aankunt
dat u
  • aankan
  • aankunt
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • aankan
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • aankunnen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • kon aan
zij, ze
wij, we
jullie
  • konden aan
imperfectum - verleden tijd - bijzinvolgordepast tense
dat ik
dat jij, je
dat u
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • aankon
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • aankonden
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • aangekund
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • aankunnend